KNSB testen
De testen in Nederland worden gehouden volgens de regels, gesteld in de specifieke bepalingen kunstrijden van de KNSB. Deze worden jaarlijks vastgesteld en daarin worden de regels gevolgd van de ISU (International Skating Union). Voor de specifieke bepalingen 2012-2013 klik hier voor het document “Specifieke bepalingen kunstrijden” van de KNSB.
Test 1 – Interbrons Moves In the Field (M.I.F.) (benodigd voor categorie Proms/Proms B)
1. Voorwaarts schaatsen twee kanten op
2. Bogen over de korte zijde van de ijsbaan:
a. voorwaarts buitenwaarts
b. voorwaarts binnenwaarts
c. achterwaarts buitenwaarts
d. achterwaarts binnenwaarts
3. Zweefstanden op een rechte lijn, op de rode lijn van been wisselen
4. Waltz eight (drietje staan naar voren stappen ) twee rondjes
Test 1 – Interbrons vrijrijden (benodigd voor categorie Proms/Proms B)
Losse elementen:
A. Cadet
B. Spot
C. Calchow
D. Rittberger
E. Flip
F. Lutz
G. Combinatie van 2 enkele sprongen (waarvan één sprong de flip, lutz, of rittberger moet zijn
H. Standwisselpirouette (tenminste 3 draaien per been)
I. Zitpirouette (tenminste 4 draaien in zitpositie)
J. Zweefpirouette (tenminste 4 draaien in zweefpositie)
Test 2 – Brons Moves in the Field (M.I.F.) (benodigd voor categorie Teens/Teens B
1. Overstappen in achtvorm; 2x voorwaarts en achterwaarts
2. Zweefstanden op 5 bogen over de lange zijden van de ijsbaan:
a. Buitenwaarts
b. Binnenwaarts
3. Voorwaartse Power drietjes links en rechts
4. Drietjes over de korte zijde van de ijsbaan:
a. Buitenwaarts
b. Binnenwaarts
5. Achterwaarts overstappen over de lange zijde van de ijsbaan
Test 2 – Brons vrijrijden (benodigd voor categorie Teens/Teens B
Kür (tijdsduur max. 2:30 min) volgens ISU Novice Guidelines Basic Novice A
A. Axel
B. Dubbele sprong naar keuze
C. Sprong-sequentie van 3 sprongen, waarvan 1 een flip moet zijn
D. Sprongcombinatie van 2 sprongen naar keuze
E. ‘one-position’ pirouette tenminste 6 draaien (standpirouette uitgesloten)
F. Combinatiepirouette zonder voetwissel en met minimaal 1 positiewissel (tenminste 4 draaien per positie), posities verschillend van element E
G. Passenserie in rechte lijn over de lengte van de baan
n.b.
De sprongen vermeld onder resp. A, B en C dienen verschillend te zijn. In de sprongcombinatie mogen ze eventueel wel worden herhaald. De pirouetten onder E en F dienen verschillend te zijn.
Test 3 – Interzilver Moves in the Field (benodigd voor categorie Debs/Debs B
1. Voorwaarts-overstap-staan (staan binnenwaarts)
2. Achterwaarts-overstap-uitval
3. Voorwaarts buitenwaartse drie gevolgd door een achterwaartse binnenwaartse drie over de lange zijde van de baan
4. Voorwaarts binnenwaartse drie gevolgd door een achterwaartse buitenwaartse drie over de lange zijde van de baan
5. Skiën op één been en wisselen op de rode lijn van voet:
a. Één lange zijde voorwaarts
b. Eén lange zijde achterwaarts
6. Vijfstappen Mohawk sequence over de lange zijde van de baan
Test 3 – Interzilver vrijrijden (benodigd voor categorie Debs/Debs B
Kür (tijdsduur max. 2:30 min +/- 10 sec.) volgens ISU Novice Guidelines Basic Novice A
A. Axel (enkel of dubbel)
B. Dubbele sprong naar keuze uit verbindende passen
C. Sprong-sequentie bestaande uit 2 sprongen, met minimaal 1 dubbele sprong naar keuze
D. Sprongcombinatie van 3 sprongen, met minimaal 1 dubbele sprong naar keuze
E. Wisselpirouette (tenminste 5 draaien in positie en per voet), keuze uit CCSp of CSSp
F. Combinatiepirouette met 1 voetwissel en minimaal 1 positiewissel (tenminste 5 draaien per been)
G. Passenserie in rechte lijn, cirkel of serpentine met maximaal gebruik van de ijsoppervlakte
n.b.
De sprongen vermeld onder resp. B en C dienen verschillend te zijn.
Test 4 – Zilver Moves in the field (MIF) (benodigd voor categorie Novice/Novice B)
1. Acht stappen mohawk sequence:
a. Drie keer links om
b. Drie keer rechts om
2. Crossrolls over de lange zijde van de baan:
a. Eén zijde voorwaarts
b. Eén zijde achterwaarts
3. Rittberger drieën: achterwaartse buitenwaartse drieën in achtvorm
4. Voorwaartse dubbeldrieën over de lange zijde van de baan:
a. Eén zijde buitenwaarts
b. Eén zijde binnenwaarts
Test 4 – Zilver vrijrijden (benodigd voor categorie Novice/Novice B)
Kür (tijdsduur max. 3:00 min +/- 10 sec.) volgens ISU Novice Guidelines Basic Novice B
A. Axel (enkel of dubbel)
B. Dubbele flip uit verbindende passen
C. Dubbele sprong naar keuze
D. Alleen voor heren: dubbele sprong naar keuze
E. Sprong-sequentie bestaande uit 3 sprongen, waarvan 1 dubbele sprong
F. Sprongcombinatie bestaande uit 2 dubbele sprongen
G. Ingesprongen pirouette met minimaal 6 draaien in landingspositie
H. Combinatiepirouette met 1 voetwissel en minimaal 1 positiewissel (minimaal 10 draaien totaal)
I. Passenserie in rechte lijn, cirkel of serpentine met maximaal gebruik van de ijsoppervlakte; of (voor dames zweefstandenserie met minimaal 2 zweefstanden van 3 seconden of 1 zweefstand van 6 seconden)
n.b.
De sprongen vermeld onder resp. B, C en E dienen verschillend te zijn. Ad G): de pirouette moet duidelijk zijn ingesprongen en niet gestapt.
Test 5 – Intergoud moves in the field (MIF) (benodigd voor categorie Junioren/Junioren B
1. Voorwaartse power cirkel: in 15 overstappen vanuit het midden van de ijsbaan, steeds sneller, voorwaarts links en rechts
2. Achterwaartse power cirkel: in 15 overstappen vanuit het midden van de ijsbaan, steeds sneller, achterwaarts links en rechts
3. Achterwaartse overstappen over de lange zijde van de ijsbaan met achterwaartse rittberger drieën over de korte zijde van de ijsbaan
4. Achterwaartse dubbeldrieën links en rechts over de lange zijde van de baan
5. Brackets:
a. Voorwaartse buitenwaarts, achterwaarts binnenwaarts
b. Voorwaarts binnenwaarts, achterwaarts buitenwaarts
6. Binnenwaarts slide Chassé patroon
Test 5 – Intergoud vrijrijden (benodigd voor categorie Junioren/Junioren B
Kür (tijdsduur max. 3:00 min +/- 10 sec. voor heren 3:30 +/- 10 sec. ) volgens ISU Novice Guidelines categorie Advanced Novice
A. Axel (enkel of dubbel)
B. Dubbele lutz uit verbindende passen
C. Dubbele flip
D. Dubbele rittberger
E. Alleen voor heren: dubbele salchow of dubbele toeloop (spot)
F. Sprong-sequentie bestaande uit 3 sprongen, waarvan 2 dubbele sprongen
G. Sprongcombinatie van 2 dubbele sprongen waarvan één een dubbele flip of dubbele lutz
H. Ingesprongen pirouette met minimaal 6 draaien in landingspositie; minimum level 2
I. Combinatiepirouette met 1 voetwissel en minimaal 1 positiewissel (minimaal 10 draaien totaal); minimum level 2
J. Passenserie in rechte lijn, cirkel of serpentine met maximaal gebruik van de ijsoppervlakte; minimum level 2
Test 6 – Goud moves in the field MIF (benodigd voor categorie Senioren)
1. Achterwaarts power overstappen over de lange zijde van de baan met achterwaarts binnenwaartse drieën op de korte zijde van de baan aan de ene zijde en voorwaartse binnenwaartse drieën op de andere korte zijde
2. Voorwaarts power overstappen over de lange zijde van de baan met achterwaartse rockers over de korte zijden van de baan
3. Counters:
a. Voorwaartse buitenwaartse counters
b. Achterwaartse buitenwaartse counters
4. Achterwaartse rocker chochta sequence
5. Zweefstanden serie
6. Bracket-three-bracket patroon
Test 6 – Goud vrijrijden (benodigd voor categorie Senioren)
Kür (tijdsduur max. 3:30 min +/- 10 sec. voor heren 4:00 +/- 10 sec. ) volgens ISU Regulations voor Junioren
A. Maximaal 7 sprongelementen voor dames en 8 voor heren, waarvan 1 dubbele Axel
B. Alle losse sprongelementen dienen als dubbele of drievoudige sprongen te zijn uitgevoerd
C. Van de 7 sprongelementen minimaal 2 sprongcombinaties of –sequences naar keuze
D. Ingesprongen pirouette naar keuze (minimaal 6 draaien), voetwissel optioneel; minimum level 3
E. Combinatiepirouette met voetwissel en minimaal 1 positiewissel (minimaal 10 draaien totaal); minimum level 3
F. Pirouette in 1 positie naar keuze (tenminste 6 draaien), voetwissel optioneel; minimum level 3
G. Passenserie in rechte lijn, cirkel of serpentine met maximaal gebruik van de ijsoppervlakte; minimum level 2
Test 7 – Platina Moves in the field
1. Voorwaarts: in max. 15 overstappen vanuit het midden, waarbij steeds meer snelheid wordt gemaakt, zowel links als rechts
2. Achterwaarts: in max. 15 overstappen vanuit het midden van de ijsbaan, waarbij steeds meer snelheid wordt gemaakt, links en rechts
3. Rockers:
a. Voorwaartse en achterwaartse buitenwaartse rockers
b. Voorwaartse en achterwaarts binnenwaartse rockers
4. Powerpulls
5. Choctaw sequence links en rechts
Test 7 – Platina vrijrijden
Kür (tijdsduur max. 4:00 min +/- 10 sec. voor heren 4:30 +/- 10 sec. ) volgens ISU Regulations voor Senioren (lange kür)
A. Maximaal 7 sprongelementen voor dames en 8 voor heren, waarvan 1 dubbele Axel
B. Alle verschillende (basis)-sprongen dienen te worden getoond en alle sprongelementen dienen als dubbele of drievoudige sprongen te zijn uitgevoerd
C. Een drievoudige sprong naar keuze
D. Alle losse sprongelementen dienen als dubbele of drievoudige sprongen te zijn uitgevoerd
E. Van de 7 sprongelementen minimaal 2 sprongcombinaties (waarvan 1 met een dubbele axel) of –sequences naar keuze
F. Drie verschillende pirouetten, waarvan 1 combinatiepirouette met minimaal 10 draaien, 1 ingesprongen pirouette naar keuze (tenminste 6 draaien) en 1 andere pirouette naar keuze (tenminste 6 draaien). De getoonde pirouetten dienen minimaal level 3 te hebben
G. Dames: zweefstandenserie (ChSp) en een passenserie (tenminste level 3); Heren: 2 verschillende passenserie (één tenminste level 3 en de ander ChSt)
Test 7 – Master moves in the field (MIF)
1. Sustained edge step
2. Exentsion spiral step
3. Rockers:
a. Achterwaartse buitenwaartse dubbeldrieën en dubbele binnenwaartse rockers
b. Achterwaartse binnenwaartse dubbeldrieën en dubbele buitenwaartse rockers
4. Quick edge step
Test 7 – Master vrijrijden
Kür (tijdsduur max. 4:00 min +/- 10 sec. voor heren 4:30 +/- 10 sec. ) volgens ISU Regulations voor Senioren (lange kür)
A. Maximaal 7 sprongelementen voor dames en 8 voor heren, waarvan 1 dubbele Axel
B. Alle verschillende (basis)-sprongen dienen te worden getoond en alle sprongelementen dienen als dubbele of drievoudige sprongen te zijn uitgevoerd
C. Drie verschillende drievoudige sprong naar keuze
D. Van de 7 sprongelementen max. 3 sprongcombinaties of –sequences (waarvan 1 met een dubbele axel) naar keuze
E. Drie verschillende pirouetten, waarvan 1 combinatiepirouette met minimaal 10 draaien, 1 ingesprongen pirouette naar keuze (tenminste 6 draaien) en 1 andere pirouette naar keuze (tenminste 6 draaien). De getoonde pirouetten dienen minimaal level 4 te hebben
F. Dames: zweefstandenserie (ChSp) en een passenserie (tenminste level 3); Heren: 2 verschillende passenserie (één tenminste level 3 en de ander ChSt)








